Voorwoord
Ombudsman Poste sluit werkingsjaar 2025 af met 4.390 bemiddelingsaanvragen, waarbij in 2.369 ontvankelijke dossiers een onderzoek gestart werd.
Het aantal behandelde dossiers steeg met 14% tegenover 2024. Deze stijging is het gevolg van een oplopend aantal klachten betreffende het niet of te laat ontvangen van de papieren krant. Deze toename aan klachten moet worden gezien in het licht van de gefaseerde overheveling van de krantendistributie van bpost naar andere verdelers.
In het segment pakketvervoer registreren we een lichte daling van het aantal klachten, terwijl de e-commerce sector in 2025 verder bleef groeien. Wij stellen vast dat de sector het boomende e-commerceverhaal, én het groeiend aantal C2C-pakketten, vertaalt in een efficiënte distributiestroom die zich voortdurend aanpast aan hoge verwachtingen en nieuwe trends.
Tegelijkertijd wijzen de beroepsklachten op de zwakke punten in het vervoer van goederen: het gebrek aan bewijslast voor de ontvanger én afzender van een verloren of beschadigd pakket ten gevolge van onveilige uitreikmethodes, niet-traceerbare zendingen, gebrek aan afgiftebewijs, onduidelijke retourprocedures.
Het aandeel klachten over het vervoer van e-commerce pakketten stijgt verder. Dit Jaarverslag presenteert de lezer bijgevolg een uitgebreid hoofdstuk op het snijvlak van consumentenrecht en postrecht. Een kwalijke vaststelling is hierbij het afwimpelen van consumentenklachten tussen de webshops/platforms én de vervoerpartner. Wij doen alvast een oproep naar de pakketbedrijven én online handelaars in België om hieromtrent consumentgerichte afspraken te maken.
Het Jaarverslag biedt u een scherp beeld van de problemen die burgers en bedrijven als klant van de postsector niet naast zich neerleggen. Praktijken en processen die als onrechtvaardig ervaren worden en waar men een beroep doet op een onpartijdige ombudsman om alsnog verhaal te halen of een specifieke praktijk aan te klagen. Voor de vervoerbedrijven is dit een tweede kans om in een oplossing te voorzien en het vertrouwen van de klant te herwinnen.
Veel voorkomende én ingrijpende geschillen worden vertaald in 3 structurele aanbevelingen aan de sector én een beleidsadvies in het kader van de herziening van de Europese Postrichtlijn.
In de individuele geschillen wordt in 87% van de dossiers een minnelijk resultaat bereikt, onder de vorm van het nemen van maatregelen om toekomstige zendingen veilig uit te reiken, een compensatie om de schade te vergoeden, het alsnog ontvangen van een vertraagde of gerecupereerde zending, een attest van niet-ontvangst van een B2C-zending opdat een consument zijn rechten kan doen gelden t.a.v. de webshop.
Vele ombudsdossiers kenmerken zich door een gebrek aan doorslaggevend bewijs voor het standpunt van één van beide partijen. Bemiddelen, op basis van de elementen die het onderzoek opleveren, om tot een resultaat te komen waarin beide partijen zich kunnen schikken is dan de betrachting. Of in de woorden van een klager:
"Hoewel we het niet volledig eens zijn met de redenering en beperking van verantwoordelijkheid van het postbedrijf, accepteren we de voorgestelde compensatie in de geest van verdergaan en positief uitkijken naar volgende leveringen."
Onze resultaten worden bereikt met een deskundig, gedreven en resultaatgericht team. Het voorbije jaar hebben we 2 collega's mogen uitwuiven naar een welverdiende pensionering en een enthousiaste, jonge starter mogen verwelkomen.
Wij wensen u een boeiende en inspirerende lectuur van ons Jaarverslag.
OMBUDSMAN POSTE IN 2025
2025 in één oogopslag
Blik op de partijen
Klagers
91% van de aanvragers is particulier. Het aandeel van de rechtspersonen bedraagt bijgevolg 9%. In deze laatste categorie bemiddelt de ombudsdienst voornamelijk voor zelfstandigen, vrije beroepen en KMO's. Ook verenigingen en overheidsinstanties vinden hun weg naar ombudsman poste.
Grote klanten hebben als afzender een contract op maat én een aanspreekpunt binnen het pakketbedrijf dat de contractuele relatie onderhoudt.
Zowel particulieren als rechtspersonen dienen vooral klachten in als bestemmeling van een zending.
Wijze van aanmelden
De bemiddelingsvragen worden ingediend via het klachtenformulier op de website van ombudsmanposte.be (55%) of via mail (41%). 30 klachten werden via brief ingediend en 8 personen hebben hun geschil persoonlijk toegelicht in de kantoren van ombudsman poste.
In 97% van de dossiers contacteert de klant rechtstreeks de ombudsdienst. 72 dossiers werden doorgestuurd door de Consumentenombudsdienst, 61 door een andere ombudsman en 7 door Belmed. Een bemiddelingsaanvraag kan enkel schriftelijk ingediend worden.
Om de laagdrempeligheid van onze dienstverlening te verzekeren, kunnen mensen telefonisch terecht om informatie te vragen. Tijdens een telefoongesprek kan de oproeper zijn situatie uitleggen. Wij geven informatie over de werking van de sector, de rechten van de postgebruiker en de stappen die nodig zijn om een klacht in te dienen, zowel voor de eerste als de tweedelijnsprocedure.
Postbedrijven
De Ombudsdienst voor de Postsector opereert in de Europese en nationale doelstelling om geschillen te regelen via consensus. Het is de gebruiker van de post- en pakketdiensten die een vraag tot bemiddeling kan indienen.
Sinds februari 2007, naar aanleiding van het openstellen van de postmarkt voor concurrentie, is de ombudsman bevoegd voor alle bedrijven die post en pakjes vervoeren én die actief zijn op de Belgische postmarkt. In elk dossier streeft ombudsman poste naar het bereiken van een minnelijk akkoord tussen de partijen. De ombudsman bemiddelt op basis van de standpunten van de partijen, de toepasselijke regelgeving én billijkheid.
ombudsman poste investeert sterk in de samenwerking met de postbedrijven om de kansen tot het bereiken van een minnelijke oplossing in elk dossier te maximaliseren. Zo houdt de ombudsman elke 6 weken een persoonlijk dossieroverleg met bpost. Daar worden de dossiers besproken waar een minnelijke oplossing in de schriftelijke bemiddelingsprocedure niet bereikt werd.
Vanaf 2021 werd een dergelijk gestructureerd overleg ook opgestart met UPS, DPD, GLS, Fedex en PostNL, in 2023 volgden Mondial Relay en Colis Privé. Met de overige bedrijven wordt ad hoc samengekomen om dossiers te bespreken en zo het bereiken van een minnelijke oplossing te maximaliseren.
Bemiddelingsaanvragen
Ontvankelijke aanvragen
ombudsman poste bemiddelt in elk individueel geschil tussen een postgebruiker enerzijds en een post- en pakketbedrijf anderzijds. Een minnelijk akkoord bereiken tussen de klant en het bedrijf is het uiteindelijke doel. In 2025 werden 4.390 bemiddelingsaanvragen ingediend bij de ombudsdienst. 2.367 van deze dossiers werden ontvankelijk verklaard.
Elke nieuwe aanvraag wordt in eerste instantie geanalyseerd naar bevoegdheid. Daarnaast onderzoekt de ombudsdienst of de aanvraag voldoet aan een aantal voorwaarden voorzien in de wet, het ontvankelijkheidsonderzoek.
Niet-ontvankelijke aanvragen
In 2025 werden 2.023 bemiddelingsaanvragen niet-ontvankelijk verklaard. Veruit de belangrijkste reden waarom aanvragen niet ontvankelijk zijn, is de vaststelling dat ze nog niet ingediend werden bij het bedrijf zelf (voorbarige klachten).
Als beroepsinstantie kan de ombudsdienst pas een onderzoek instellen als het postbedrijf de kans heeft gekregen om het geschil volgens haar interne klanten- en klachtenprocedures op te lossen. ombudsman poste bezorgt de onontvankelijke klacht aan het postbedrijf met de vraag om een eerstelijnsonderzoek. Indien de klant geen antwoord ontvangt van het bedrijf of niet tevreden is met de aangereikte oplossing, kan hij zich in beroep wenden tot de ombudsman.
De ombudsdienst bezorgt de niet-ontvankelijke klachten ter opvolging aan de klantendienst van het betreffende bedrijf. Dit is conform haar wettelijke opdracht.
Evolutie 2015-2025
Er werden 4.390 geschillen ingediend in 2025. Dit is een lichte stijging van het aantal vragen tot bemiddeling van 5% ten opzichte van 2024. In het aantal dossiers waarin de ombudsdienst effectief een onderzoek en bemiddeling opstart (ontvankelijke dossiers), betreft het een stijging van 14%.
Vanaf de start van de dienst in 1993 is het aantal vragen tot bemiddeling geleidelijk gestegen tot het jaar 2003. Vanaf 2004 constateren we jaar na jaar een stevige stijging van het aantal beroepsgeschillen onder impuls van een groeiende pakjessector. De stijging bereikt een hoogtepunt van ongeveer 9.000 aanvragen in 2018, 2019 en 2020. Het hoge aantal geschillen in 2020 was eveneens het gevolg van de COVID-19 pandemie die de e-commerce en bijgevolg het vervoer van pakjes een sterke boost gaf. 2022 kenmerkte zich door een stevige daling in het aantal nieuwe bemiddelingsaanvragen. In 2023 en 2024 bleef het aantal aanvragen dalen. In 2025 volgt een lichte stijging van het aantal bemiddelingsaanvragen, voornamelijk het gevolg van problemen in de krantendistributie.
Een sluitende verklaring voor de daling van het aantal ingediende geschillen de voorbije jaren hebben we niet. Volgende elementen spelen mee in deze evolutie:
- een daling van het aantal klachten omtrent brievenpost in een dalende brievenmarkt
- een sterke afname van de douane-gerelateerde geschillen voor internationale pakketten.
- het eerste aanspreekpunt voor consumenten die een probleem ondervinden met de levering van hun online aankoop is de webshop.
- consumenten zijn niet op de hoogte dat ze (ook) een onderzoek kunnen aanvragen bij het postbedrijf (en in beroep bij ombudsman poste) of worden door het postbedrijf zelf verwezen naar de webshop.
- e-commerce of tweedehandsaankopen met een geringe aankoopwaarde. In de communicatie met consumenten blijkt dat voor een deel van de burgers het opstarten van een ombudsprocedure te veel inspanning vereist in verhouding tot het beperkte verlies.
- de postbedrijven hebben de sterke groei van het vervoer van e-commerce pakketten kwaliteitsvol opgevangen, waarbij de processen zijn aangepast om de grotere stroom efficiënt te verwerken.
- het onvoldoende zichtbaar zijn van de Ombudsdienst voor de Postsector. In een tevredenheidsenquête die de klager ontvangt na afsluiting van zijn dossier, is dit een terugkerende opmerking.
De meeste klagers bij de ombudsdienst zijn bestemmelingen. Deze bestemmeling ontvangt geen facturen waarop in navolging van de regelgeving de gegevens van de sectoriële ombudsdienst vermeld staan. Zij dienen dus zelf op zoek te gaan naar een beroepsinstantie voor klachten.
Met de pakketbedrijven bespreken we om de gegevens van de ombudsdienst zichtbaar te vermelden op relevante webpagina's, en niet te verbergen aan het eind van een paginalang document over de Algemene Voorwaarden.
Klachten
Van bemiddelingsaanvragen naar klachten
4.543 ontvankelijke klachten
ombudsman poste codeert elke vraag tot bemiddeling op basis van een Europese CEN-norm. Aan elke bemiddelingsvraag kunnen verschillende klachten toegekend worden, op basis van de beschrijving van het geschil door de klant. De meerwaarde van deze manier van werken is een verfijnd beeld van de problemen die mensen ervaren in het verzenden en ontvangen van pakketten en brieven. Informatie die ook aan de sector en de individuele bedrijven de opportuniteiten toont tot het verhogen van de klanttevredenheid.
2.367 vragen tot bemiddeling werden in 2025 ontvankelijk verklaard en onderzocht. Deze 2.367 unieke bemiddelingsvragen verzamelden 4.543 klachten, dit is een gemiddelde van 1,9 klachten per dossier.
Sinds 2017 daalt het aantal bemiddelingsaanvragen over brievenpost als gevolg van een krimpende brievenmarkt. Voor 2025 noteren we echter opnieuw een stijging van brievenpost klachten. Dit is volledig te wijten aan problemen na de overheveling van de krantendistributie van bpost naar andere marktspelers.
Klachten naar postsegment
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
'Het postbedrijf is er niet in geslaagd mijn zending met referentie … te bezorgen. Het pakket is verloren gegaan. De inhoud betrof babykleding en babyspullen, borstvoedingspomp, babytoetjes, slabbertjes, bevallings-pads die als cadeau werd gekocht - zie video. Voor deze aankoop bestaat er geen factuur, enkel een betalingsbewijs, dat reeds werd bezorgd.
Ondanks het door mij aangeleverde bewijs van waarde weigert het postbedrijf een correcte compensatie te betalen en stelt men dat enkel een factuur aanvaard wordt. Dit is voor mij onaanvaardbaar, aangezien het verlies volledig te wijten is aan het vervoerbedrijf en ik hierdoor financieel word benadeeld door een fout waarvoor ik niet verantwoordelijk ben.'
1 DOSSIER - 2 KLACHTEN
Bovenstaande bemiddelingsvraag bevat 2 klachten: verdwenen pakket en een vraag tot schadevergoeding.
Klachten per bedrijf
| Pakketten | Brievenpost | KLANTENRELATIE | OVERIGE DIENSTEN | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|
| bpost | 1.676 | 722 | 479 | 27 | 2.904 |
| AMP | - | 440 | 19 | - | 459 |
| DPD | 188 | - | 87 | - | 275 |
| Colis Privé | 148 | - | 40 | - | 188 |
| PostNL | 147 | - | 36 | - | 183 |
| UPS | 137 | - | 25 | - | 162 |
| GLS | 67 | - | 15 | - | 82 |
| Mondial Relay | 67 | - | 12 | - | 79 |
| PPP | - | 52 | 3 | - | 55 |
| Fedex | 45 | - | 5 | - | 50 |
| BD Media | - | 38 | 2 | - | 40 |
| DHL express | 20 | - | 2 | - | 22 |
| Vinted Go | 11 | - | 3 | - | 14 |
| Direct Presse | - | 10 | 1 | - | 11 |
| DHL ecommerce | 7 | - | 2 | - | 9 |
| Amazon Logistics | 4 | - | - | - | 4 |
| Dynalogic | 4 | - | - | - | 4 |
| Belgium Parcels Service | 2 | - | - | - | 2 |
| Totaal | 2.523 | 1.262 | 731 | 27 | 4.543 |
De meeste ombudsklachten gaan over bpost, maar het aandeel van bpost in het totaal aantal klachten vertoont de voorbije jaren een dalende trend.
Deze daling zet zich sterk door in 2025, waarbij 64% van de klachten voor rekening is van bpost, tegenover 78% in 2024. Een verklaring hiervoor is het afnemende volume van de brievenmarkt. Dit resulteert eveneens in een daling van het aantal beroepsklachten die ingediend worden bij de ombudsdienst, niettegenstaande de vaststelling dat een aantal brievenpostproducten belangrijk blijft voor de burger. Maar ook in de pakketsector zien we een meer gedifferentieerd beeld in het aandeel van de verschillende pakketbedrijven in de ombudsklachten. Het aandeel van bpost omtrent pakketten bedraagt 67% in 2025 (72% in 2024, 74% in 2023 en 82% in 2022).
De overige pakketbedrijven noteren 33% van alle klachten over pakketten bij ombudsman poste. UPS en DPD vertonen een sterke stijging van het aantal klachten in vergelijking met 2024, ook het aantal klachten voor rekening van Colis Privé blijft in 2025 stijgen. PostNL, Mondial Relay en Fedex noteren een daling van het aantal ombudsklachten.
Onderstaande voorstelling toont de steeds verdere diversifiëring van de ombudsklachten (tussen 2020 en 2025) omtrent pakketten over de verschillende spelers in de markt.
Tot slot vertoont 2025 een opvallend hoog aantal klachten omtrent kranten. De overheveling van de krantendistributie van bpost naar andere spelers op de markt is eind 2024 van start gegaan. In 2025 werden verschillende regio's in Vlaanderen overgeheveld naar private spelers. De overschakeling gaat gepaard met het niet of vertraagd ontvangen van de kranten in de brievenbus van abonnees. 565 klachten ontving de ombudsdienst in 2025, dit tegenover 44 klachten omtrent de krantendistributie in 2023 en 67 klachten in 2024. Een opmerkelijke stijging, zeker gezien de overheveling van de krantendistributie van bpost naar de nieuwe spelers slechts voor een beperkt deel van het land voltooid is.
Pakketten
42%
klachten over pakketten betreft een binnenlandse verzending
30%
betreft een pakket binnen de Europese Unie
28%
betreft transport van of naar landen buiten de Europese Unie
In 2025 blijven de meeste klachten handelen over binnenlands goederentransport.
De trend dat Belgen steeds meer online aankopen doen in en buiten Europa, is ook duidelijk in de ombudsklachten. Het aantal geschillen omtrent goederen die vervoerd worden tussen België en landen buiten de Europese Unie bedraagt 28% (tegenover 18% in 2024). Deze klachten betreffen bijna uitsluitend inbound-pakketten, voornamelijk vanuit China, eveneens uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Dit percentage is een onderschatting van het aantal klachten over Chinese pakketten. In de behandeling van de klachten valt op dat vele Chinese pakketten herlabeld worden in België of een ander Europees land.
De relatie tussen afzender en bestemmeling geeft het volgende beeld:
De categorie C2C betreft voornamelijk een stijgend aantal bemiddelingsaanvragen aangaande een tweedehandsverkoop.
Thema's klachten
| PAKKETTEN 2025 | Transport | Inklaring | Totaal |
|---|---|---|---|
| Verdwenen | 790 | 18 | 808 |
| Schadevergoeding | 464 | 58 | 522 |
| Uitreikingsfout | 380 | - | 380 |
| Vertraging | 150 | 62 | 212 |
| Tarieven/kosten/facturatie | 19 | 178 | 197 |
| Onterecht retour | 115 | 28 | 143 |
| Beschadigd | 108 | - | 108 |
| Tracking | 85 | 2 | 87 |
| Overige | 53 | 13 | 66 |
| Totaal | 2.164 | 359 | 2.523 |
Een verdwenen pakket is en blijft klacht nummer 1. Daarnaast noteren we in 2025 een stijging van het aantal klachten over vertraging in het postcircuit. Klachten over de inklaring van niet-Europese inbound pakketten blijven na de boom in 2021 jaar na jaar afnemen. In 2025 noteren we 359 klachten over de inklaring, voornamelijk met betrekking tot de inklaringskosten die bestemmelingen dienen te betalen.
Verdwenen pakketten
Mijn pakket is verloren. Het is en blijft de meest voorkomende klacht die afzenders en bestemmelingen indienen bij de ombudsdienst. We noteren voor elk postbedrijf een belangrijk aandeel klachten omtrent verdwenen pakketten. Na onderzoek wordt een deel van deze geschillen opgelost door het terugvinden van de zending: bij een buur, in een sorteercentrum, in een uitreikingskantoor, in een afhaalpunt, bij de dienst voor onbestelbare zendingen, … Het eindresultaat is echter in vele dossiers dat een zending spoorloos blijft.
Het hoge aantal klachten omtrent verdwijningen is opmerkelijk, gezien de investering van de sector in uitgebreide scanningssystemen, geolocatie, het wegen en maken van opnames in de sorteercentra, …
Analyse van de ombudsklachten wijst op 3 praktijken binnen de sector die het risico op een verloren pakket verhogen:
- Onbeheerd achterlaten
- Pakket verdwijnt meteen na afgifte
- Niet-traceerbare pakketten
Onbeheerd achterlaten
Bij het online bestellen van goederen krijgt de koper doorgaans de mogelijkheid te kiezen voor de manier waarop hij zijn pakket ontvangt: op een specifiek adres, in een pakketautomaat of in een afhaalpunt. Het stijgend aantal pakketautomaten is opvallend in het straatbeeld. Vele burgers verkiezen echter nog steeds hun pakketten te ontvangen op hun thuisadres boven een alternatieve levering.
En de druk op de postbodes, chauffeurs en koeriers om ervoor te zorgen dat het pakket geleverd is bij de eerste uitreikingspoging is hoog. Beloftes van de webgiganten tot next of same day delivery, zondaglevering, … moeten waargemaakt worden door de uitreiker in een concurrentiële post- en pakketsector.
Wanneer de bewoners niet thuis zijn bij de levering, worden vele pakketten op initiatief van de uitreiker achtergelaten aan het adres van de bestemmeling. Die laatste verklaart het pakket niet gevonden te hebben bij thuiskomst, maar ontving wel een melding (in de brievenbus, per mail, in de app) dat het pakket succesvol geleverd is. Ook de tracking geeft de status 'uitgereikt'.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
Mevrouw bestelt regelmatig goederen bij een webshop in China. Zij stelt vast dat de pakketten steevast achtergelaten worden aan haar voordeur wanneer er niemand thuis is. De meeste pakketten lagen er nog, drie pakketten vond ze niet terug. Ze maakte telkens melding bij de webshop en voor de eerste twee aankopen werd ze vlot terugbetaald. Bij de derde melding weigert de webshop een vergoeding omdat de chauffeur op het juiste adres heeft geleverd. Mevrouw dient dan klacht in bij het koerierbedrijf maar krijgt na enkele dagen een antwoord dat haar klacht afgesloten is, zonder toelichting. Tijdens het ombudsonderzoek wordt aangetoond dat de pakketten effectief telkens achtergelaten worden, tegen de procedures van het koerierbedrijf in. Het koerierbedrijf meldt aan de afzender dat ze verantwoordelijkheid nemen voor het verlies.
OPLOSSING
Mevrouw ontvangt een vervangzending van de webshop. Het postbedrijf vergoedt de afzender en neemt maatregelen tot een correcte toekomstige uitreiking.
Deze praktijk leidt bij de ombudsdienst tot vele klachten omtrent een verdwenen pakket. In bovenstaand voorbeeld is de klant correct vergoed door de afzender. In vele dossiers zien we echter geen oplossing voor de bestemmeling omdat hij ten aanzien van de afzender niet kan bewijzen dat hij zijn goederen bij thuiskomst effectief niet gevonden heeft.
De ombudsman formuleert omtrent onbeheerd achterlaten een aanbeveling aan de sector.
Pakket verdwijnt meteen na afgifte
Afzenders die schade lijden omdat hun pakket verdwijnt na afgifte: het is een relatief nieuw probleem waar de ombudsman aangesproken wordt om alsnog een vergelijk te vinden tussen de partijen. In 2025 betreft het 62 dossiers, in 2024 ging het om 54 dossiers, allen tegen bpost.
Het gaat om een beperkt aantal klachten maar de ombudsdienst acht de aansprakelijkheid van bpost in deze geschillen hoger dan bepaald in hun algemene voorwaarden.
Bij de afgifte van zijn pakket ontvangt de afzender een bewijs van afgifte en/of vermeldt het trackingsysteem dat het pakket aanvaard is in het postcircuit. Daarna volgt er geen verdere scanning, het pakket heeft het sorteercentrum niet bereikt. Het pakket blijft ook na onderzoek spoorloos.
De wijze van afgifte is divers: in een locker, in een postpunt of in een postkantoor. De pakketten betreffen zowel heenzendingen als retourzendingen en bijgevolg zijn de gedupeerden zowel professionele afzenders, particuliere afzenders in het kader van een tweedehandsverkoop als consumenten die hun aankoop retourneren. De beperking van aansprakelijkheid in de sector én in de universele postdienstverlening maakt dat de afzenders geen of een zeer beperkte vergoeding ontvangen. In dossiers waar de consument zijn aankoop wenst te retourneren, zien we dat de webshop weigert een terugbetaling toe te staan ondanks het feit dat de consument een retourbewijs kan voorleggen.
Het is de opdracht van bpost om pakketten die bij hen afgegeven worden naar de voorziene bestemming te transporteren. Klanten zijn terecht verontwaardigd dat een pakket, nadat ze het hebben overgedragen aan bpost, spoorloos verdwijnt en dat bpost hier geen verklaring voor kan geven. De beperkte voorziene vergoeding weegt in deze situaties niet op tegen de nalatigheid van het postbedrijf. Indien we in deze dossiers geen minnelijk akkoord bereiken tussen de klager en bpost, neemt de ombudsman positie in ten voordele van de klager en gaat over tot een individuele aanbeveling aan het postbedrijf tot het vergoeden van de volledige schade aan zijn klant.
Niet-traceerbare pakketten: geen onderzoek bij problemen, noch vergoeding
Niet-traceerbare zendingen zijn internationale economy pakketten, uitgewisseld tussen universele dienstverleners, bpost in België. Het Universal Postal Union - verdrag (internationale postakkoorden) is van toepassing. Deze zendingen zijn niet of zeer beperkt (enkel bij afgifte en/of bij inklaring) traceerbaar. Een onderzoek naar pakketten met een zendnummer dat niet opgevolgd kan worden, is dan eveneens zeer beperkt of onbestaande en leidt rechtstreeks tot het verloren verklaren van de zending, zonder een vergoeding voor afzender of bestemmeling.
Het ontbreken van tracking is niet langer in overeenstemming met de redelijke verwachtingen van gebruikers in een digitale markt. Een uniforme verplichting tot tracering van elk pakket zou de transparantie, de rechtszekerheid en het vertrouwen in grensoverschrijdende aankopen vergroten. Een pakket dat in het postnetwerk verdwijnt zonder een spoor na te laten. Postgebruikers én de ombudsman begrijpen dit niet in een digitaal tijdperk met geavanceerde technische mogelijkheden tot scanning, tracering, beeldopnames, geautomatiseerde gewichtsregistratie, ... Gebruikers begrijpen evenmin dat ze geen aanspraak kunnen maken op een vergoeding voor het verlies van een zending tijdens het vervoer. Dit leidt tot beroepsklachten bij de ombudsman.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
Mevrouw bestelt een XL foto. Ze vindt bij thuiskomst een briefje in de brievenbus dat ze haar pakket kan afhalen in een postpunt. Daar kan men het pakket niet vinden. De klantendienst deelt mee dat de verzender koos voor een niet-traceerbare verzendwijze en daardoor geen onderzoek noch een vergoeding mogelijk is. Mevrouw legt zich daar niet bij neer.
OPLOSSING
Het onderzoek van de ombudsdienst is beperkt aangezien het pakket niet traceerbaar is. Bij de dienst voor de onbestelbare stukken wordt het pakket niet teruggevonden, eveneens niet na een tweede navraag in het postpunt. De ombudsdienst informeert de klant dat verder onderzoek door het postbedrijf inderdaad niet mogelijk is en raadt aan zich opnieuw te wenden tot de afzender die koos voor deze verzendwijze.
In het kader van de voorbereidingen van een nieuwe Europese Postrichtlijn schrijft de ombudsdienst een advies tot het uitsluiten van niet-traceerbare verzendingen in de sector.
Vraag tot schadevergoeding
Een vergoeding wordt toegekend aan de afzender en voor die afzender kent de sector een beperking van aansprakelijkheid: de waarde van de goederen wordt niet automatisch terugbetaald bij verlies of beschadiging.
Burgers en startende ondernemingen zijn hier vaak niet op de hoogte en reageren verbolgen als blijkt dat ze niet (volledig) vergoed worden voor de waarde van de goederen die ze verstuurden.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
Mevrouw D koopt online een label aan in een postkantoor om een aankoop retour te sturen naar een webshop in het kader van het herroepingsrecht. Het pakket verdwijnt tijdens het traject. Mevrouw ontvangt via de klantendienst een beperkte vergoeding van 7,90 euro, terwijl de goederen een waarde hadden van 109 euro.
RESULTAAT
De ombudsdienst stelt vast dat de klager de correcte vergoeding ontving volgens de verzendwijze die zij koos. Een discussie tussen de partijen of er al dan niet voldoende precontractuele informatie verschaft was bij de aankoop van het label, kon niet beslecht worden.
Andere veel gehoorde verzuchtingen zijn:
- niet ontvangen van een vergoeding voor een verzekerd pakket;
- geschillen omtrent pakketten die niet gevonden worden in een locker;
- discussies omtrent verboden inhoud;
- geen uitbetaling van de verzekerde waarde;
- geen vergoeding voor niet-toegelaten goederen.
Ook het nemen van een verzekering leidt niet automatisch tot een vergoeding. Tegen verschillende postbedrijven ontvangen we klachten van klanten die geen compensatie krijgen wegens onvoldoende verpakking. Het bepalen of een verpakking al dan niet voldoet, blijkt vaak een onoverbrugbare discussie tussen de partijen.
Het aantal lockers in het straatbeeld neemt zichtbaar toe. Het aantal klachten omtrent lockers blijft voorlopig beperkt. Ook bij de locker-klachten is verdwijning van een pakket de voornaamste reden om de ombudsdienst te contacteren. En uit deze klachten blijkt eveneens dat een gebrek aan bewijs hét probleem is voor de klager om zijn schade vergoed te zien. Voor een afzender: het bewijs dat hij het pakket wel degelijk in de locker geplaatst heeft, voor een bestemmeling het bewijs dat de locker leeg was bij het moment van ontgrendeling.
Daarnaast en voor rekening van bpost zijn er de geschillen met betrekking tot verboden goederen.
Bij bpost is de lijst van verboden goederen lang en er staan verrassend veel goederen op waarvan de meeste burgers veronderstellen dat ze deze mogen versturen, zoals kunstvoorwerpen, (oude) munten, lithiumbatterijen, sterke drank, enz. Het postbedrijf weigert een terugbetaling van de beperkte of verzekerde aansprakelijkheid bij beschadiging (of verdwijning) van deze goederen. Vele van de goederen op deze lijst worden verzonden in C2C verzendingen. De ombudsman is dan ook van mening dat de lijst van verboden goederen haaks staat op een groeiende tweedehandsmarkt. Een actualisatie dringt zich op.
Uiteraard dient de lijst met wettelijk uitgesloten goederen gerespecteerd te worden.
Gezien de beperking van aansprakelijkheid is precontractuele informatie over de verschillende verzendwijzen en hun opties, met inbegrip van de verzekerde verzending, een must. De ombudsman formuleerde hieromtrent in het Jaarrapport van 2024 een aanbeveling.
Uitreikingsproblemen
De thuislevering blijft zeer populair bij Belgen. Klachten omtrent een niet correcte uitreiking zijn velerlei. Twee uitreikingsmethodes die niet gesmaakt worden, springen er wel uit.
Het onbeheerd achterlaten wordt uitgebreid besproken onder de titel verdwenen pakketten.
Het rechtstreeks leveren in een afhaalpunt, zonder te passeren langs het thuisadres is een praktijk die reeds jaren klachten oplevert. Mensen nemen zelden contact op met de ombudsdienst bij de eerste vaststelling. Bij meerdere incidenten en wanneer de meldingen bij de klantendienst van het bedrijf niet tot beterschap leiden, wordt de ombudsman wel ingeschakeld.
Fouten in het adres van de bestemmeling leiden eveneens tot uitreikingsproblemen. Consumenten vermelden soms hun busnummer niet, wat bij de uitreiking tot fouten leidt. Afzenders uit niet-EU landen maken fouten bij de structuur van het bestemmingsadres wat tot verwarring leidt in België. Een veel voorkomend probleem is dat de provincie genoteerd wordt in plaats van de gemeente.
De postbedrijven hebben algoritmes om zulke fouten op te lossen, maar die leiden niet altijd tot een correcte heroriëntering van het pakket.
Vertraging
In 2025 merken we een lichte stijging op van het aantal bemiddelingsaanvragen naar aanleiding van een vertraging in de behandeling van het pakket door de vervoerder. De vertraging kan voorkomen op verschillende momenten in het verzendproces: tijdens de inklaring, de doortocht in het sorteercentrum, in de uitreiking, ...
Omdat de tracking van een pakket geen uitklaring gaf over de reden tot vertraging en de eerstelijnsklantendienst ook geen oplossing bood, namen 212 mensen contact op met de ombudsdienst.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
Op 6 november ontvangt de klant een betalingsuitnodiging van het vervoerbedrijf voor douane- en inklaringskosten van een pakket van 7 kg, verzonden in Teheran. Het gaat om een verzending tussen familieleden. Op 7 november betaalt de bestemmeling deze kosten. Op 2 december neemt ze contact op met de ombudsdienst. Ze heeft haar zending nog niet ontvangen, ziet tegenstrijdige info op de tracking en naar aanleiding van meerdere meldingen aan de klantendienst krijgt ze enkel de mededeling dat ze geduld moet uitoefenen. Het ombudsonderzoek wijst uit dat er een sorteerprobleem is, de zending wordt opgespoord, het label wordt herprint en de zending kan het voorziene traject verderzetten.
RESULTAAT
De klant ontvangt haar zending op 11 december.
Voor vertragingen in het transport van pakketten voorziet de CMR-wetgeving een vergoeding ter hoogte van de verzendkost. Vertraagde pakketten in het kader van de universele dienstverlening (UPU-wetgeving) voorzien geen vergoedingen ten aanzien van hun contractuele klant, de afzender. De door universele bedrijven gecommuniceerde verzendtermijnen zijn indicatief en gelden uitsluitend als richtsnoer. Hieruit kunnen geen aanspraken op vergoedingen worden afgeleid.
In elk ombudsdossier tracht de ombudsdienst in de eerste plaats een oplossing na te streven. Bij vertragingen vragen we bedrijven het betrokken pakket op te sporen en de uitreiking te bespoedigen. In vele dossiers ontvangt de bestemmeling dan alsnog zijn zending. Een deel van de onderzoeken leidt tot de conclusie dat de zending (onterecht) terug gestuurd werd naar de afzender of resulteert in een verloren verklaarde zending. In de laatst genoemde situatie oriënteert het onderzoek zich naar de aansprakelijkheid en uitbetaling van een compensatie.
Inklaring en douanekosten
De ombudsdienst noteert 359 klachten over de berekening van inklaringskosten die de pakketbedrijven opmaken in opdracht én onder toezicht van de Algemene Administratie Douane en Accijnzen. Het gaat om complexe dossiers omtrent fiscale vrijstellingen, toepassing van de correcte goederencodes, uitstel of verlegging van BTW, berekening van BTW op douanewaarde en administratieve kosten, accijnsgoederen of verboden goederen... Indien het geschil een puur fiscale aangelegenheid is, wordt de klant doorverwezen naar de AADA en in beroep naar de federale ombudsman.
Betwisting van de administratiekost die een postbedrijf aanrekent aan de bestemmeling voor het inklaringswerk dat geleverd wordt, is een veel voorkomende klacht.
Voor rekening van UPS, Fedex en DHL Express ontvangen we klachten omtrent (bijkomende) kosten die aangerekend worden na de levering van het pakket. Die kosten kunnen dan niet meer betwist of geweigerd worden, aangezien het pakket reeds aanvaard werd.
In het kader van e-commerce aankopen bepaalt het consumentenrecht dat de verkoper de consument vóór het sluiten van de overeenkomst duidelijk en begrijpelijk moet informeren over de totale prijs, inclusief belastingen en eventuele bijkomende kosten.
Richtlijn 2011/83 erkent evenwel dat niet alle kosten vooraf exact kunnen worden berekend. In dat geval volstaat het dat de verkoper de consument informeert over het bestaan van mogelijke extra kosten en, indien mogelijk, over de wijze waarop deze worden berekend.
In de praktijk blijkt aan deze informatieplicht moeilijk te voldoen. Webshops kunnen doorgaans wel aangeven dat invoerrechten en BTW verschuldigd zijn, maar kunnen niet altijd nauwkeurig voorspellen welke administratieve inklaringskosten zullen worden aangerekend. Deze kosten verschillen immers naargelang de postoperator, de gekozen vervoerder en de toegepaste douaneprocedures in het land van bestemming.
Hierdoor ontstaat een spanningsveld tussen de wettelijke vereisten inzake transparantie en de operationele realiteit van internationale poststromen, waar vaak meerdere bedrijven een lange schakel vormen.
Brievenpost
Thema's klachten
| Brieven | Aangetekende Brieven | Kranten | Tijdschriften | Overige | TOTAAL | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verdwenen | 96 | 86 | 401 | 24 | 9 | 607 |
| Uitreikingsfout | 109 | 88 | 83 | 4 | - | 284 |
| Vertraging | 24 | 22 | 61 | 3 | 1 | 111 |
| Schadevergoeding | 53 | 41 | 6 | 1 | 2 | 103 |
| Overige | 20 | 35 | 2 | - | 9 | 66 |
| Onterecht retour | 18 | 16 | - | 2 | - | 36 |
| Nazending/adreswijziging | 32 | 1 | - | 1 | - | 34 |
| Beschadigd | - | - | 9 | - | 6 | 15 |
| Tarieven/Kosten/Facturatie | 3 | 1 | - | 2 | - | 6 |
| Totaal | 355 | 290 | 562 | 37 | 18 | 1.262 |
Het aantal klachten voor brievenpost is sterk gestegen in 2025. Deze stijging is volledig te wijten aan het segment krantenbedeling. In 2024 werden 67 klachten ingediend omtrent de uitreiking van de krant, in 2025 behandelde de ombudsdienst 562 krantenklachten.
De vervanging van de gewone brief door digitale alternatieven zet zich verder door. Het BIPT rapporteert in haar laatste Postobservatorium van 2024 dat het volume aan brievenpost daalt tot 76 eenheden per inwoner op jaarbasis, in 2010 bedroeg dit nog 199 stuks. Een daling van het aantal klachten omtrent brieven is dan ook zichtbaar. Over aangetekende zendingen blijft de ombudsdienst veel klachten ontvangen.
Kwaliteit van de universele dienstverlening
Bij brievenpost gaat het om persoonlijke schrijfsels, aankondigingen van geboortes of overlijdens, facturen, overheidscommunicatie, reclame, communicatie vanuit verenigingen, oproepingsbrieven van de overheid of voorlichtingscampagnes. De kwaliteit van de postbezorging van gewone zendingen blijft belangrijk. Het maakt deel uit van het pakket aan universele diensten die de wetgever heeft gedefinieerd en waarvoor er dus een duidelijke kwaliteitsvereiste is vastgelegd.
Een verwijzing naar de digitale kloof is pertinent. De Barometer Digitale Inclusie 2024 stelt dat 40% van de Belgen tussen 16 en 74 jaar digitaal kwetsbaar is en dat het aanbieden van alternatieven noodzakelijk blijft. Dit geldt eveneens voor de postverdeling.
Mensen met minder digitale vaardigheden, zijn ook voor hun persoonlijke administratie afhankelijk van een correcte ontvangst van hun briefwisseling en aangetekende zendingen. De regelgeving erkent dit verschil in digitale capaciteiten; zo bepaalt het Koninklijk Besluit van 25 december 2023 dat wanneer berichten in de eBox gedurende langere tijd niet worden geraadpleegd, er teruggeschakeld kan worden naar papieren post.
De kwaliteit en betrouwbaarheid van de universele postdienstverlening blijft ook in 2026 essentieel.
Aangetekende brieven
Ook de aangetekende brief kan vervangen worden door een digitaal of hybride alternatief. Toch blijft het aantal klachten hoog. Het belang van de betrouwbaarheid van de postdienstverlening geldt zeker voor aangetekende zendingen evenals de verwijzing naar de digitale kloof.
Een brief aangetekend versturen, maakt vaak deel uit van een formele, administratieve of gerechtelijke procedure, waarbij burgerlijke of gerechtelijke termijnen dienen gerespecteerd te worden (opzeg van een huurcontract, beëindiging van een arbeidsovereenkomst, een dagvaarding, een boete, een onderzoek, een herinnering aan een onbetaald factuur, ...).
Klachten over aangetekende zendingen betreffen bijna uitsluitend fouten in de uitreiking, al dan niet gevolgd door een verdwenen aangetekende zending.
De aanleiding tot het neerleggen van een klacht is divers:
Aangetekende zendingen die door de ontvanger in zijn brievenbus gevonden worden zonder dat er enige identiteitscontrole plaatsvond; aangetekende zendingen die in een verkeerde brievenbus gedeponeerd worden; aangetekende zendingen zonder handtekening van de bestemmeling; AR-kaarten die de afzender niet opnieuw bereiken; aangetekende zendingen die retour gestuurd worden naar de afzender, zonder berichtgeving aan de bestemmeling dat de zending op hen wacht; aangetekende zendingen die niet teruggevonden worden in het postkantoor nadat de bestemmeling hiervoor een afwezigheidsbericht ontving; aangetekende zendingen waar de postbode zelf tekent voor ontvangst; aangetekende zendingen die na retour niet opnieuw de afzender bereiken. En tot slot: klachten van burgers of bedrijven die schade oplopen (boetes, een contract dat te laat start of eindigt, een attest dat niet tijdig bezorgd wordt) omdat ze niet gereageerd hebben op een aangetekende zending die niet of niet tijdig toekwam. Ook afzenders getuigen van gevolgschade.
In het belang van de correcte behandeling van de aangetekende zending en gebaseerd op de klachtenmotieven die we ontvangen formuleren we een aanbeveling aan bpost.
Aanslepende uitreikingsproblemen
Opvallend in de klachten van de ombudsdienst zijn burgers of bedrijven die reeds lange tijd structurele problemen ondervinden met het ontvangen van hun briefwisseling. Uitreikingen in de brievenbus van de buren, het niet tijdig ontvangen van facturen en aanmaningen, opschorting van rondes of zeer onregelmatige uitreiking. Bij een deel van de gedupeerden slepen dergelijke problemen maanden aan, soms met reële financiële gevolgen voor de betrokkenen.
Langdurige uitreikingsproblemen dienen opgevolgd te worden om een mogelijk structureel probleem bij de sortering en / of uitreiking aan te pakken. In dat opzicht is het opvolgen van de ontvangen zendingen of de controle van de voorsortering door de teamleader van het uitreikingskantoor aangewezen om de oorzaak van het niet ontvangen van zendingen te achterhalen. Het bespreken van de klacht met de postbode(s) kan nieuwe elementen aan het licht brengen (bijvoorbeeld een probleem met de brievenbus of adressering). En de aandacht van de postbode wordt gevestigd op de correcte uitreiking op dat bepaald adres.
De krantenbedeling: nieuwe verdelers, vele opstartproblemen
Tot 2024 bestond er een overeenkomst tussen de dagbladuitgevers, de Staat en bpost over de uitreiking van dagbladen. Deze overeenkomst voorzag in een subsidie aan bpost voor de bedeling van kranten aan de abonnees op weekdagen vóór 7.30 uur en op zaterdag vóór 10.00 uur.
De toenmalige regering besliste om deze overeenkomst niet te verlengen. Daardoor werd de subsidiëring van de krantenbedeling stopgezet. In de plaats daarvan werd een tegemoetkoming voorzien voor de dagbladuitgevers zelf, die voortaan de mogelijkheid kregen om een externe partner te kiezen voor de uitreiking van hun kranten.
Sinds de tweede helft van 2024 wordt de krantenbedeling, voornamelijk in Vlaanderen, stelselmatig en regio per regio overgedragen van bpost naar andere bedrijven. Het gaat daarbij onder meer om AMP, BD Media en PPP. Eind 2025 ontvingen we ook de eerste klachten over Direct Presse, dat in Wallonië met een nieuwe organisatie van start ging.
Op basis van de ontvangen meldingen stellen wij vast dat de overgang niet probleemloos verloopt. Met het stopzetten van de activiteiten van bpost gaat opgebouwde kennis en ervaring verloren. Nieuwe krantenverdelers moeten het vak en de regio leren kennen, hun opleiding en inwerking vraagt tijd. Dit vertaalt zich in een toename van klachten over de krantenbedeling: kranten worden niet bezorgd, te laat geleverd, onvolledig afgeleverd of verkeerde exemplaren komen in de brievenbus.
Volgens de afspraken tussen de uitgevers en de krantenverdelers dienen abonnees zich in dergelijke gevallen te wenden tot de uitgevers, die instaan voor compensatie en voor het zoeken naar structurele oplossingen. De uitwisseling en het oplossen van de meldingen en klachten tussen de uitgevers en de krantenverdelers bleek niet evident met als gevolg het indienen van vele beroepsklachten bij de ombudsdienst. Abonnees ontvingen wel verlengingen van het abonnement of vouchers om kranten in een verkooppunt af te halen. Dit was niet altijd een succesvolle tussenoplossing, onder meer omdat deze vouchers niet overal werden aanvaard.
In krantendossiers dient de ombudsdienst eerst te achterhalen welke firma verantwoordelijk is voor de krantenbedeling in het betrokken gebied. Dat is niet altijd evident, aangezien de betrokken actoren ons niet systematisch informeren over hun werkterrein. Ook van de grote uitgevers ontvingen wij hierover geen volledig overzicht. Dat sommige regio's na het vertrek van bpost achtereenvolgens door meerdere bedrijven worden bediend, bemoeilijkt bijkomend het behoud van een duidelijk overzicht.
Intussen hebben we bij de verschillende krantenuitreikers wel contactpunten, om individuele klachten gericht te onderzoeken. Gaandeweg stellen wij vast dat voor aanhoudende problemen sneller oplossingen worden gevonden.
De stijging van het aantal klachten over krantenbedeling komt duidelijk tot uiting in onze cijfers voor 2025. Gezien nog vele regio's in Vlaanderen overgeheveld worden naar de nieuwe spelers en de overheveling voor Wallonië nog aan het startpunt staat, volgen we de evolutie en de klachten nauwgezet op in 2026.
De relatie tussen het bedrijf en zijn klant
In 2025 ontvingen we 731 relationele klachten.
TOP 3 van geschillen over klantendienst
286 Klachten
De klantendienst biedt geen oplossing - bv. het dossier wordt eenzijdig afgesloten door de klantendienst zonder op reactie van de klant te wachten.
Mijn dossier werd onmiddellijk afgesloten, waardoor ik zelfs geen bijkomende informatie kon vragen over hoe ik dit probleem in de toekomst kan voorkomen. Op mijn replymail kreeg ik een droge melding dat deze niet behandeld zal worden, aangezien mijn dossier afgesloten is. Dit zonder enig antwoord op mijn vraag of oplossing voor mijn probleem.
261 Klachten
omtrent de toegankelijkheid van de klantendienst, waaronder:
- de bestemmeling kan met zijn probleem niet terecht bij het bedrijf maar wordt rechtstreeks verwezen naar de afzender;
- de klantendienst belt of mailt niet terug, ondanks een belofte;
- de klantendienst is niet bereikbaar.
De klantendienst van sommige postbedrijven is telefonisch enkel bereikbaar via een betalend oproepnummer. Hieromtrent ontvangt de ombudsdienst een stijgend aantal klachten.
90 Klachten
omtrent communicatie - bv. de klant ontvangt een standaardantwoord zonder oplossing voor zijn specifieke probleem.
De bestemmeling als klant
De gemiddelde bestemmeling van een postzending is anno 2025 een burger die online goederen aangekocht heeft. In het segment pakketten wordt 7 op 10 van de bemiddelingsaanvragen bij de ombudsdienst ingediend door een consument én veel van deze bestemmelingen vermelden uitdrukkelijk dat het vervoerbedrijf geen onderzoek wil starten op zijn vraag én dit de reden is om een bemiddeling aan te vragen bij de ombudsman.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT en onderzoek
De klant bestelt een omvormer maar ontvangt het pakket niet. Telefonisch meldt de klantendienst dat er een foto genomen werd van de uitreiking van het pakket. De klantendienst besluit dat de klant geen klacht kan indienen. Ook de afzender reageert niet op de meldingen van de klant. Het ombudsonderzoek wijst uit dat het pakket zonder toestemming van de klant achtergelaten werd aan de voordeur. Het vervoerbedrijf is op vraag van de ombudsdienst bereid een attest van verlies te schrijven.
oplossing
Op basis van het attest is de webshop bereid de klant een nieuwe omvormer te bezorgen.
De rechten van de bestemmeling van een pakket blijven een heikel punt. En op dit punt kunnen de postbedrijven een stevige winst maken in het vertrouwen van de burger in de sector. Mensen hebben doorgaans begrip dat er al eens iets mis kan lopen tijdens het vervoer en de uitreiking van hun pakket. Veel minder begrip lezen en horen we van diezelfde burger over de ontoegankelijkheid van de klantendienst voor bestemmelingen.
De ombudsman blijft dan ook op dezelfde nagel kloppen en herhaalt haar aanbeveling omtrent het recht van een bestemmeling op onderzoek.
e-commerce:
Bemiddelen op het snijvlak van consumentenrecht en post- en transportrecht
Bij het transport van een pakket zijn steeds 3 partijen betrokken: de afzender, de vervoerder en de bestemmeling. De afzender koopt het verzendlabel en is contractueel verbonden met het postbedrijf. De postwetgeving voorziet dat het de afzender is die vergoed wordt bij verlies, vertraging of beschadiging van een zending. Buitencontractuele aansprakelijkheid ten aanzien van de geadresseerde is beperkt in België.
De bestemmeling is door het postrecht evenwel steeds gedefinieerd als een postgebruiker en kan vanuit die hoedanigheid het vervoerbedrijf aanspreken over zijn zending. Hij doet dit ook: 76% van de klagers bij de ombudsdienst, is bestemmeling. De snelle groei van het pakketvervoer naar particulieren, gestuwd door een boomende e-commerce én een toenemende online tweedehandsverkoop, onderstreept de onderlinge afhankelijkheid tussen de bestemmeling/consument en het vervoerbedrijf. De consument rekent op de vervoerder om zijn pakket in goede staat en tijdig te ontvangen. Indien dit niet gebeurt, kan de consument terugvallen op het consumentenrecht om een vergoeding of vervangzending te claimen bij de afzender.
Maar: het consumentenrecht is bijzonder karig over de rol van de vervoerder in online aankopen. Evenzeer is de postwetgeving niet mee geactualiseerd met de sterke en snelle groei van de e-commerce en het belang van de consument in dit verhaal.
Ombudsdossier
KLACHT
Een burger koopt online in Nederland een cadeau van 430 euro voor zijn dochter. Hij ontvangt het pakket niet, hoewel de tracking aangeeft dat het in de brievenbus uitgereikt werd. De afzender antwoordt enkel met verwijzing naar de tracking gegevens. De klant doet melding bij de vervoerder maar de contacten lopen moeilijk. Hij wordt telkens na telefonisch contact gevraagd om nog eens rond zijn huis of bij de buren te kijken. In het laatste contact wordt hij terug verwezen naar de verkoper. De klager neemt contact op met de ombudsdienst.
RESULTAAT
Na onderzoek bevestigt de vervoerder dat ze het pakket als verloren verklaren. Het blijft onduidelijk wat er in de uitreiking fout gelopen is. Het pakket werd niet verzekerd verstuurd maar wel tegen aftekening en een handtekening is niet voorhanden. De vervoerder vergoedt zijn klant in Nederland. Maar ook dit brengt geen oplossing voor de consument, de verkoper beantwoordt zijn mails niet. De klager wordt aangeraden om een beroepsklacht op te starten tegen de verkoper via het Europees Centrum voor de Consument.
Bemiddelen in de postsector gebeurt dan ook op het snijvlak van consumentenrecht en post- en transportrecht.
De ombudsman ervaart in de praktijk dat beide rechtskaders onvoldoende op mekaar afgestemd zijn. Dit leidt tot complexe situaties waarin consumenten hun rechten moeilijk of zelfs niet kunnen laten gelden. We formuleren 5 aandachtspunten waar optimalisatie wenselijk is.
De eerste 3 aandachtspunten richten de aandacht op een gebrek aan bewijs voor de consument om zijn rechten te doen gelden.
Onveilige uitreikmethodes
Het plaatsen van een handtekening door de bestemmeling bij ontvangst van zijn pakket is eerder uitzondering dan regel geworden. Pakketten, ook pakketten met een hoge waarde, worden niet altijd aan de geadresseerde in persoon uitgereikt. Wel: aan een bewoner op het adres (niet evident bij appartementsgebouwen), bij de buren, in een gemeenschappelijk onthaal, in de brievenbus, … Bezorgers staan onder grote druk om de eerste uitreikingspoging te doen slagen. Zij moeten de beloftes van de dominante, internationale e-commerce bedrijven en webplatforms tot een snelle levering waarmaken.
Vooral de geforceerde levering zorgt voor klachten.
Bij afwezigheid van de consument wordt een zending onbeheerd achtergelaten op een plaats rond de woning die de uitreiker als veilig beschouwt. Wanneer de consument nadien meldt dat hij de zending niet ontvangen heeft, is er vaak weinig of geen objectief bewijs voor één van beide partijen. Strikt juridisch bekeken, behoudt een consument het recht op een vervangzending of terugbetaling van de handelaar indien hij de zending niet ontvangen heeft. In de praktijk botst dit recht op bewijsproblemen voor de consument, zeker indien de tracking louter meldt dat het pakket uitgereikt is.
Het standpunt van de ombudsdienst is duidelijk: een geforceerde levering mag enkel gebeuren na uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming door de consument. De ombudsman deelt dit mee aan de sector in de vorm van een structurele aanbeveling.
Ontoereikende opvolging van retourzendingen
In tal van dossiers stellen wij vast dat retourpakketten niet of slechts beperkt worden gescand, gewogen of op beeld vastgelegd waardoor de traceerbaarheid ernstig tekort schiet. Dit bemoeilijkt het onderzoek naar een verdwenen of beschadigde retourzending. Bovendien worden retourzendingen aan grote webshops verzameld in containers in de sorteercentra van de vervoerders en worden vervolgens door de verkoper of een derde vervoerder opgehaald. Deze werkwijze is niet feilloos en leidt tot de vaststelling dat pakketten wel uitgescand worden voor overdracht door de vervoerder maar volgens de webshop nooit ontvangen werden. Bovenstaande voorbeelden betekenen vooral een gebrek aan bewijs voor de consument om een beroep te kunnen doen op het consumentenrecht.
Boek VI van het Wetboek Economisch Recht bepaalt nochtans dat de consument bij een verkoop op afstand recht heeft op terugbetaling zodra hij de goederen heeft teruggezonden of het bewijs van verzending heeft geleverd. In de praktijk blijkt dat webshops pas terugbetalen indien ze de goederen effectief ontvangen hebben. Ook indien de consument de retour duidelijk kan aantonen (met een afgiftebewijs) wordt een terugbetaling geweigerd door de webshop en/of wordt de consument aangemaand een vergoeding bij de logistieke partner te claimen. In grensoverschrijdende dossiers ervaart het Europees Centrum voor de Consument (ECC) bovendien structurele samenwerkingsproblemen met bepaalde grote e-commercespelers. Zo kan Zalando worden genoemd als een onderneming die in dergelijke dossiers weinig of geen constructieve medewerking verleent. De Ombudsdienst voor de Postsector behandelde in 2025 opnieuw tientallen dossiers omtrent Zalando-zendingen waar deze e-commercegigant weigert haar consument terug te betalen, zelfs indien de vervoerder aangeeft dat ze niet kunnen garanderen dat de zending correct behandeld werd en ze bereid zijn hun contractuele klant Zalando te vergoeden. Het blijft alsnog onduidelijk waar Zalando zich op baseert om in dergelijke geschillen het consumentenrecht niet te honoreren.
Niet-traceerbare zendingen
Anno 2025 verwachten bestemmelingen een correcte online opvolging via scanning van hun pakket op cruciale momenten in het vervoerstraject. Ook afzenders baseren zich op de trackinggegevens om hun verzendingen op te volgen en hun consument bij te kunnen staan bij problemen.
Anderzijds zijn er nog grensoverschrijdende verzendproducten in het kader van de universele postdiensten die niet traceerbaar zijn en waar de regelgeving geen onderzoek noch een vergoeding voorziet bij problemen. Dit product zorgt voor klachten van bestemmelingen én afzenders, indien online aankopen tot een vervoersprobleem leiden. De ombudsman acht dit soort product achterhaald en schrijft hieromtrent een beleidsadvies in het kader van de nakende hervorming van de Europese Postrichtlijn.
Klachtenbehandeling bij webshops én vervoerbedrijven
Verdwijning, vertraging of beschadiging van een pakket worden uitvoerig besproken. De aanleiding om de ombudsman te contacteren is in talrijke bemiddelingsaanvragen van een andere orde. Het is het gebrek aan bereidheid van de postsector én de webshops om een klacht te aanvaarden én een onderzoek op te starten die de consument naar de ombudsdienst beweegt.
De webshop verwijst de klant naar het vervoerbedrijf voor een oplossing, het vervoerbedrijf verwijst de klant naar de webshop. 'Ik word van het kastje naar de muur gestuurd' is een uitdrukking die onze dossierbeheerders vaak lezen!
Het gevolg is dat schadevergoedingen uitblijven, aanzienlijk worden vertraagd of de consument het opgeeft en het verlies slikt. De ombudsman stelt vast dat deze praktijk de effectieve uitoefening van consumentenrechten ernstig ondermijnt. Zowel het consumentenrecht als het postrecht garanderen nochtans dat de klantendiensten toegankelijk moeten zijn voor de consument/bestemmeling.
Ten aanzien van de vervoerbedrijven formuleren we hieromtrent een aanbeveling aan de sector.
We lanceren daarenboven een oproep aan de vervoerders en de Belgische webshops om bij klachten tijdens het vervoer van online aankopen:
- onderling afspraken te maken zodat consumenten met hun klacht niet meer heen en weer tussen de sectoren verwezen worden;
- ervoor te zorgen dat de bewijslast voor een verloren of beschadigd (retour)pakket niet eenzijdig bij de consument ligt.
Het zal het vertrouwen van de burger in de Belgische e-commerce en de vervoerders verder versterken.
Uitklaring van aansprakelijkheid bij meervoudige actoren
Bij verkopen op afstand stellen we vast dat de aansprakelijkheid alsmaar complexer wordt gezien de toename van het aantal betrokken actoren bij het vervoer van één pakket. We doelen hier op logistieke tussenpersonen, uitbesteden van een deel van het traject tussen vervoerders, fulfilmentbedrijven en webshops die verzendlabels verkopen voor meerdere koerierbedrijven. Voor de consument (én voor de ombudsdienst) resulteert dit in een ondoorzichtig kluwen van verantwoordelijkheden.
Enkele tendensen:
- Postpunten, afhaalpunten en afgiftepunten, postkantoren en een sterk stijgend aantal lockers in het straatbeeld. Benzinestations, (kranten)winkels, nachtwinkels, … hebben een contract met verschillende pakketbedrijven. Ook tussen de vervoerbedrijven op de Belgische markt worden specifieke vervoerstrajecten of producten uitbesteed. Het is niet evident voor de consument om het overzicht te behouden. Het gebeurt dan ook zeer regelmatig dat pakketten in een verkeerd afgiftepunt / postpunt / locker afgegeven worden en bijgevolg in het verkeerde circuit terecht komen. Ook voor de bedienden van postpunten, afgiftepunten en postkantoren is het overzicht soms zoek waardoor pakketten ook in een verkeerd punt aanvaard worden of met de verkeerde vervoerder meegegeven worden.
De vervoerbedrijven hebben onderlinge afspraken tot overdracht van deze pakketten, een groot deel wordt dan ook correct geheroriënteerd. We ontvangen anderzijds een stijgend aantal dossiers (vooral retourpakketten) die toch spoorloos verdwijnen. Wie betaalt dan voor de schade? Elk dossier is uniek en oplossingen dan ook divers. In dit soort dossiers ziet de ombudsdienst doorgaans een gedeelde verantwoordelijkheid. We adviseren consumenten nauwgezet de instructies voor retourzendingen op te volgen. Postbedrijven adviseren we operationele of technische aanpassingen te doen zodat 'verkeerde' pakketten niet in hun circuit aanvaard kunnen worden, consumenten geadviseerd worden waar ze het pakket wel kunnen binnenbrengen én de overdracht van pakketten aan andere vervoerders te optimaliseren.
- Bij aankopen in China wordt vastgesteld dat pakketten vooraleer ze in België toekomen verschillende transportdiensten passeren met een keten van aansprakelijkheden tot gevolg.
Indien een pakket de consument niet bereikt, stellen we in ombudsdossiers vast dat het vervoerbedrijf in België haar verantwoordelijkheid neemt en de voorziene vergoeding toekent aan het vorige bedrijf in de keten waarmee zij een contract afsloot. Tweede vaststelling is echter dat de Belgische gedupeerde niet gecompenseerd wordt op basis van het consumentenrecht omdat de keten van aansprakelijkheden niet tot bij de Chinese webshop terecht komt. De ombudsdienst bekijkt met de betrokken vervoerbedrijven hoe in dergelijk ketenvervoer ook de consument zijn rechten kan laten gelden.
- Online handelaars die verzendlabels aanbieden. Zij leveren zelf geen post- of vervoersdiensten, maar fungeren als tussenpersoon tussen de afzender en het postbedrijf. Wanneer zich een probleem voordoet met een zending waarvoor het verzendlabel via een dergelijke verkoop site werd aangekocht, verwijst het postbedrijf vaak naar de verkoper, terwijl deze op zijn beurt wijst naar de vervoerder. In hun algemene voorwaarden lezen we aansprakelijkheidsregels waarvan onduidelijk is of die in overeenstemming zijn met de minimumvergoedingen die gelden in het postrecht. De ombudsdienst ziet hier een nood aan meer transparantie over de rol en de verantwoordelijkheid van de handelaars in verzendlabels, zodat consumenten niet het slachtoffer worden van versnipperde aansprakelijkheid.
- Het toenemend gebruik van online marketplaces (Amazon, Bol, Ali Express, eBay, Vinted, tweedehands.be …) leidt tot een vervaging van de rollen tussen verkoper, platform en vervoerder. Doordat platforms niet alleen de verkoop faciliteren, maar vaak ook instaan voor betaling, verzendlabels of zelfs (een deel van) het transport, wordt het voor consumenten onduidelijk wie juridisch aansprakelijk is bij verlies of beschadiging van een pakket.
Deze rolvermenging creëert een complex en ondoorzichtig aansprakelijkheidskluwen. In geval van problemen worden consumenten geconfronteerd met doorverwijzingen tussen meerdere actoren. Dit leidt tot minder effectieve consumentenbescherming, ook omdat we in klachten zien dat consumenten hun terechte klacht soms opgeven omwille van de complexiteit en de tijd die ze erin moeten steken. De ombudsman blijft deze evoluties nauw opvolgen en pleit voor een modernisering van het regelgevend kader, zodat consumentenbescherming en duurzame consumptie hand in hand kunnen gaan.
Fraude
Het vervoer van e-commerce pakketten en tweedehandspakketten: de voorbije jaren behandelen we meer dossiers met een vermoeden van fraude. Fraudeurs die in de rol van consument kruipen en de webshop en het pakketbedrijf pogen op te lichten. Of een consument die een lucratieve gelegenheid ziet om zijn aankoop niet te betalen omdat er geen bewijs van correcte uitreiking is. Doorgaans gaat het om vermoedens, harde bewijzen zijn er niet.
Slachtoffers van de fraude zijn én de koerierbedrijven én de webshops én de consument. Oplichters zoeken de zwakke plekken in het traject en maken daar misbruik van. Als ombudsdienst signaleren we 2 sleutelmomenten die gevoelig zijn voor misbruik en waar we in dit Jaarrapport over uitweiden: onveilige uitreikmethodes én de afgifte van (retour)pakketten.
Niet toevallig zijn het dezelfde sleutelmomenten waarop het voor een consument moeilijk is te bewijzen dat hij correct gehandeld heeft en kan terugvallen op het consumentenrecht.
Indien die sleutelprocessen veiliger verlopen, zal dat een driedubbele winst opleveren: én voor de consument én voor de koerier én voor de webshop.
Oplossingen
Een minnelijk akkoord als finaal doel
De kernopdracht van de ombudsdienst is het bereiken van een minnelijk akkoord tussen de partijen. Het opvragen van de standpunten van de partijen, het voeren van een onderzoek naar de feiten en het optreden als contactpersoon tussen klant en bedrijf is het dagelijkse werk van de dossierbehandelaars.
De onpartijdigheid van de ombudsman is steeds het uitgangspunt. Wanneer de partijen niet tot een akkoord komen, neemt de ombudsman een standpunt in. Dit gebeurt op basis van de feitelijke elementen en de betreffende regelgeving. Bovendien kan en zal de ombudsman billijkheid inroepen als hij dit geoorloofd acht.
Een minnelijk akkoord is het finale doel!
In elk ontvankelijk dossier wordt een onderzoek gestart en bemiddelt ombudsman poste tussen de partijen om een minnelijke oplossing te bereiken in het geschil. In de loop van 2025 hebben we 2.231 geschillen afgesloten. In 87% van de bemiddelingen werd een minnelijke oplossing bereikt, onder de vorm van een vergoeding, het terugvinden van een verloren zending, het nemen van gepaste maatregelen of het aanbieden van informatie aan de klant tot beslechting van het geschil.
1.952
Minnelijke oplossingen
335
Dossiers afgesloten met een vergoeding
277
Het onderzoek resulteert in de ontvangst van de zending.
582
Het bedrijf neemt maatregelen om gelijkaardige problemen in de toekomst te voorkomen.
246
De consument krijgt het resultaat van het postonderzoek zodat hij zich kan beroepen op het consumentenrecht.
512
De klant ontvangt de informatie die het geschil beslecht.
→ de klant kan zijn rechten doen gelden ten aanzien van een derde.
→ de klant aanvaardt de toelichting van het bedrijf.
335
bemiddelingen resulteren in een vergoeding van het bedrijf aan de klant
Een compensatie kan verschillende vormen aannemen:
- een vergoeding voor de afzender op basis van het contract of de algemene voorwaarden van het bedrijf;
- een vergoeding voor de bestemmeling op basis van buitencontractuele aansprakelijkheid;
- een commerciële vergoeding (voor afzender of bestemmeling) uit klantvriendelijkheid, billijkheid of op basis van een fout van het bedrijf.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
Een Belgische webshop stuurt een pull met verzekering, naar een klant in Nederland. 'Het pakket is niet meer in beweging sinds 2 oktober... Intussen heb ik reeds samengeteld (chats en telefonisch contact) zeker 35x contact opgenomen met het postbedrijf. Ze garanderen me steeds dat er een onderzoek loopt en dat ze ermee bezig zijn. ... Heel frustrerend. Mijn klant in Nederland wil het pakket inmiddels niet meer, en het pakket zou dus retour naar mij moeten komen. Ten einde raad contacteer ik jullie. Het gaat om een pull ter waarde van 369 euro die in het pakket zit.'
OPLOSSING
De resultaten van het onderzoek tonen aan dat het pakket verloren ging bij het vervoerbedrijf dat in Nederland de last mile uitvoert. De aansprakelijkheid wordt gevolgd op basis van de contractuele linken: enerzijds tussen de vervoerbedrijven onderling, anderzijds wordt de webshop door het vervoerbedrijf in België gecompenseerd ter hoogte van het verlies.
277
onderzoeken leiden tot het terugvinden en uitreiken van de zending
De meest voorkomende klacht bij ombudsman poste is de verdwijning van een pakket. Het pakket kan niet meer gevolgd worden op de tracking, het postbedrijf verklaart het pakket spoorloos, het pakket staat op uitgereikt maar de bestemmeling heeft het niet ontvangen, ... Ook vertragingen in het transport en de uitreiking van een pakket leiden tot vele geschillen.
In 277 dergelijke dossiers heeft het onderzoek geleid tot het terugvinden van en uitreiken van het pakket of de aangetekende zending aan de bestemmeling.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
Mevrouw ontvangt een melding per mail dat haar pakket uitgereikt is aan haar adres. Bij thuiskomst vindt ze het niet terug. Haar man die thuis was, heeft geen uitreiker gezien. Mevrouw meldt het probleem bij de verkoper in de Verenigde Staten én bij het pakketbedrijf. Van beiden ontvangt ze het antwoord dat het pakket in hun systeem als geleverd staat en voor hen dan ook de zaak opgelost is.
OPLOSSING
Na opstart van het ombudsonderzoek blijkt al snel dat de gps-gegevens aantonen dat het pakket aan de overkant van de straat (drukke tweevaksbaan) geleverd werd. De klant gaat informeren bij het bedrijf aan de overkant en ontvangt haar pakket met enige vertraging.
582
dossiers leidden tot maatregelen door het postbedrijf
In dergelijke dossiers gaat het doorgaans over problemen met de uitreiking van brievenpost, pakketten, kranten en tijdschriften. Na onderzoek neemt het bedrijf maatregelen om de uitreikingsproblemen in de toekomst te vermijden.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
De heer N. heeft een probleem met de levering van zijn pakketten. Deze worden telkens rechtstreeks naar een afhaalpunt gebracht, zonder eerst aan huis aangeboden te worden. Contacten met de vervoerder leiden niet tot een oplossing, ondanks de beloftes tot verbetering.
OPLOSSING
Het onderzoek wijst uit dat de locatie van de klant niet correct weergegeven wordt in het navigatiesysteem van het bedrijf. Na bespreking met de uitreiker gebeurt de levering aan huis opnieuw correct.
512
dossiers hebben geleid tot een minnelijke oplossing door middel van het correct informeren van de klant
Bij een verzending zijn er doorgaans 3 partijen betrokken: de afzender, de bestemmeling en het postbedrijf. De contractuele relaties en verplichtingen tussen deze partijen zijn niet altijd geheel helder. Bovendien heeft de postsector zijn eigen specifieke wetgeving op internationaal en nationaal niveau. Een belangrijk onderdeel van het werk van de ombudsman is dan ook het correct informeren van de afzender of bestemmeling over rechten, plichten en aansprakelijkheden.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
De heer R. verkoopt een kandelaar (C2C) aan een particulier in Rijsel, voor 240 euro. Ondanks een stevige verpakking komt de kandelaar beschadigd toe in Rijsel. Het vervoerbedrijf erkent de schade tijdens het transport en vergoedt de klant volgens de CMR-wetgeving met een vergoeding van 97,5 euro. De klant wil 240 euro terug maar krijgt geen antwoorden meer op zijn verdere vragen.
OPLOSSING
De uitbetaalde vergoeding blijkt na onderzoek correct voor de verzendwijze die de klant gekozen heeft, zonder een bijkomende verzekering. De ombudsdienst informeert de klant over de verschillende mogelijke verzendwijzen en hun bijgaande vergoedingen.
248
dossiers waarin een minnelijke oplossing is bereikt op basis van het consumentenrecht
De dossiers met betrekking tot pakketten die door de bemiddelingsdienst zijn behandeld, betreffen voornamelijk zendingen van commerciële aard. Hoewel de verkoper verschillende wettelijke verplichtingen heeft ten opzichte van zijn klant zien we dossiers waar het consumentenrecht niet verleend wordt. In dergelijke dossiers heeft de consument vaak het resultaat van het postonderzoek nodig om alsnog een compensatie te ontvangen op basis van het consumentenrecht.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
De heer L. bestelt een fietsbatterij bij een professionele verkoper. Hij is niet thuis bij levering en zijn pakket wordt voor zijn deur achtergelaten. Bij thuiskomst, vindt de klager het pakket niet en neemt contact op met de verkoper. Deze weigert het bedrag terug te betalen omdat de trackinginformatie aangeeft dat de levering heeft plaatsgevonden. De heer L. wendt zich daarna tot het postbedrijf, dat hem doorverwijst naar de verkoper om het geschil op te lossen.
OPLOSSING
Het onderzoek van de ombudsdienst resulteert in een erkenning van het vervoerbedrijf dat het pakket niet correct uitgereikt werd. Het vervoerbedrijf vergoedt haar klant, de webshop. De webshop vergoedt op haar beurt de klant ter hoogte van de aankoop, 480 euro.
Als een minnelijk akkoord niet haalbaar is
Als een minnelijke oplossing niet haalbaar is, neemt de ombudsman een standpunt in, op basis van de elementen uit het onderzoek. Dit standpunt resulteert in een aanbeveling aan het bedrijf of een advies aan de klant.
Een aanbeveling aan het bedrijf bevestigt aan de betrokken postgebruiker dat de ombudsdienst zijn standpunt volgt. De klager heeft de mogelijkheid om de aanbeveling te gebruiken indien hij een juridische procedure opstart tegen het postbedrijf.
In 2025 formuleerde ombudsman poste 19 aanbevelingen.
4 aanbevelingen werden gevolgd: 2 bpost, 1 Mondial Relay en 1 Colis Privé.
15 aanbevelingen werden aan bpost gericht in het kader van een pakket dat slechts 1 scan kreeg bij afgifte door de afzender. Bpost heeft 14 van deze aanbevelingen niet gevolgd, 1 aanbeveling werd deels gevolgd.
Wat is een aanbeveling?
Een aanbeveling is een officieel instrument van de Ombudsdienst om, in de behandeling van dossiers waar de bemiddeling dreigt vast te lopen, een gemotiveerd standpunt te schrijven aan de betrokken onderneming, met een duidelijke opsomming van de relevante feiten, de van toepassing zijnde wetgeving en algemene voorwaarden, en de analyse en het standpunt van de Ombudsdienst, met een voorstel tot minnelijke schikking.
Indien de onderneming binnen twintig werkdagen niet reageert met haar eigen gemotiveerd standpunt over waarom ze van mening verschilt met de Ombudsdienst, is het postbedrijf in kwestie wettelijk gebonden aan de minnelijke schikking, zoals deze werd voorgesteld door de Ombudsdienst.
« § 3. De ombudsdienst voor de postsector heeft volgende opdrachten:
…
4° een aanbeveling richten tot de in § 1 van dit artikel bedoelde ondernemingen indien geen minnelijke schikking kan worden bereikt. Een afschrift van aanbeveling wordt aan de klager toegezonden;
…
§ 6. De betrokken onderneming beschikt over een termijn van twintig werkdagen om haar beslissing te motiveren indien zij de in § 3, 4° van dit artikel bedoelde aanbeveling niet volgt. De met reden omklede beslissing wordt naar de klager en naar de ombudsdienst gestuurd.
Na het verstrijken van de in het vorige lid bedoelde termijn, verstuurt de ombudsdienst een herinnering aan de betrokken onderneming. Deze beschikt over een nieuwe termijn van twintig werkdagen om haar beslissing alsnog te motiveren indien zij de in § 3, 4° van dit artikel bedoelde aanbeveling niet volgt. De met redenen omklede beslissing wordt naar de klager en naar de ombudsdienst gestuurd.
Door de niet naleving van de bedoelde termijn verbindt de betrokken onderneming er zich toe het advies uit te voeren voor wat betreft de specifieke en persoonlijke tegemoetkoming aan de betrokken klager. »
Artikel 43ter, §1 van de Wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische bedrijven
Bron: https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1991032130&table_name=wet
186
bemiddelingsaanvragen werden afgesloten met een advies aan de klager
Indien de ombudsdienst na onderzoek van een geschil en het analyseren van de standpunten van beide partijen vaststelt dat het bedrijf geen fouten gemaakt heeft en conform haar algemene voorwaarden én de wet handelde, deelt de ombudsman dit mee in een advies aan de klant.
OMBUDSDOSSIER
KLACHT
Mevrouw S. verwacht een geschenkpakket met theezakjes dat door een vriendin vanuit het Verenigd Koninkrijk is verzonden. Aangezien het een gift is met een waarde lager dan € 45, is zij verrast toch een factuur voor douanekosten te ontvangen. Het postbedrijf weigert de inklaringskosten te annuleren.
RESULTAAT
Na onderzoek stelt onze dienst vast dat de aangerekende kosten gerechtvaardigd zijn wegens een fiscale bijzonderheid met betrekking tot thee. Naast de beperking in waarde tot € 45, mag in een gift tussen 2 particulieren maximum 100 gram thee ingesloten zijn. Thee is een accijnsgoed en bij overschrijding van deze maximale hoeveelheid wordt de volledige zending uitgesloten van de BTW-vrijstelling. De bemiddelingsdienst bevestigt daarom de geldigheid van de douanekosten en brengt mevrouw S. hiervan op de hoogte.
45
bemiddelingsaanvragen werden neutraal afgesloten
In deze dossiers werd geen minnelijke oplossing bereikt. Op basis van de elementen in het dossier en de resultaten van het onderzoek was de ombudsman niet in staat om positie in te nemen voor één van beide partijen. Er waren tegenstrijdige elementen, geen bewijzen of simpelweg te weinig feitelijke informatie voorhanden.
29
De aanvrager deelt mee zijn klacht stop te zetten
29 burgers of bedrijven vroegen in 2025 de bemiddeling stop te zetten. De wet op de gekwalificeerde entiteiten voor buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen stelt dat een consument op elk moment van de procedure kan beslissen om de bemiddeling stop te zetten.
Behandelingstermijn
94% van de dossiers was op 31.12.2025 afgesloten. De gemiddelde behandelingsduur van een dossier bedraagt 38 werkdagen.
Structurele aanbevelingen
Aanbevelingen 2025
Geforceerd uitreiken
DE OMBUDSMAN BEVEELT DE SECTOR AAN OM BIJ AFWEZIGHEID VAN DE BESTEMMELING GEEN PAKKETTEN ACHTER TE LATEN ROND HET BESTEMMINGSADRES, TENZIJ DE BESTEMMELING DAAR TOESTEMMING TOE GAF.
Een uitreiker die zelf beslist, bij afwezigheid van de bestemmeling, een pakket achter te laten: op de oprit, aan de voordeur, in de inkomhal van een appartementsgebouw, onder de carport, achter een tuinpoort, tussen bloembakken, achter of in vuilnisbakken, bij de buren, …. Een praktijk die leidt tot klachten over verdwenen pakketten.
De voorbije jaren zien we dat het achterlaten van een pakket zonder toestemming van de bewoner (onbeheerd achterlaten) ruimer toegepast wordt in de hele sector. Nochtans verbieden de meeste pakketbedrijven hun uitreikers een pakket achter te laten zonder uitdrukkelijke toestemming van de geadresseerde.
bpost laat haar postbodes wel toe bij afwezigheid van de bestemmeling het pakket achter te laten op een 'safe place': een plaats rondom het huis die de postbode zelf veilig acht. De postbode dient dit op foto vast te leggen. De mogelijkheid tot het achterlaten van een pakket op een veilige plaats of bij een buur vermeldt bpost in haar algemene en contractuele voorwaarden, bindend voor de afzender.
De meeste klachten komen van consumenten die hun online-aankoop (of tweedehandsaankoop) niet terugvinden bij thuiskomst. Het grote probleem voor de consument is aantonen aan de verkoper dat hij het product niet ontvangen heeft. De tracking vermeldt dat het pakket uitgereikt is en voor vele afzenders is dit voldoende bewijs om het pakket als geleverd te beschouwen. De gevolgen zijn voor de bestemmeling/consument die zijn aankoop niet terugbetaald ziet. Consumentenrecht en postwetgeving zijn hier niet op mekaar afgestemd.
De ombudsman stelt dat het onbeheerd achterlaten van een pakket enkel met toestemming van de klant zelf mag toegepast worden. Indien er geen toestemming is van de ontvanger én het pakket is verdwenen, is het aan het pakketbedrijf om het bewijs te leveren dat de ontvanger wel degelijk het pakket ontvangen heeft. De ombudsman gaat bij een verdwenen pakket na onbeheerd achterlaten uit van de premisse dat de schade van de ontvanger volledig vergoed dient te worden.
Aangetekende zendingen
DE OMBUDSMAN BEVEELT BPOST AAN DE UITREIKING VAN AANGETEKENDE ZENDINGEN TE OPTIMALISEREN.
Een aangetekende zending verschilt van andere verzendproducten in het feit dat deze brief persoonlijk overhandigd wordt aan de persoon aan wie de zending geadresseerd is of de persoon die een geldige volmacht kan voorleggen om een aangetekende zending voor een derde of een rechtspersoon in ontvangst te nemen.
De procedure om dergelijke zendingen uit te reiken, vraagt dan ook een doorgedreven opleiding en opvolging van de postbodes en loketbedienden: het uitvoeren van een identiteitscontrole bij de geadresseerde, het registreren van een handtekening voor ontvangst, het heroriënteren van de aangetekende zending bij afwezigheid van de geadresseerde, het terugsturen van de ontvangstkaart indien de afzender hiervoor heeft geopteerd, ... Een recent aandachtspunt: het achterlaten van een aangetekende zending in de brievenbus kan enkel toegepast worden bij een geldig Sign For Me mandaat van de geadresseerde.
Recht op onderzoek voor de bestemmeling
DE OMBUDSMAN BEVEELT DE SECTOR AAN DE RECHTEN VAN DE BESTEMMELING TE GARANDEREN: DOOR ZIJN KLACHT TE AANVAARDEN EN TE ONDERZOEKEN, DE KLANT CORRECT TE INFORMEREN EN IN GERECHTVAARDIGE GEVALLEN ZIJN SCHADE TE VERGOEDEN.
De ombudsdienst benadrukt dat de bestemmeling de eerste is die een probleem ervaart als een zending beschadigd, vertraagd of helemaal niet toekomt. Zich wenden tot de klantendienst van het postbedrijf om een oplossing, is een logische reflex. Maar daar kunnen ze niet terecht. De meeste postbedrijven blijven de bestemmeling afwimpelen naar de afzender. Vragen, problemen of klachten van de bestemmeling worden afgewimpeld zonder een inhoudelijk antwoord te geven of een onderzoek te starten.
De bestemmeling wordt verwezen naar de afzender van de zending. Volgens de postbedrijven is de afzender hun klant, aangezien deze de verzending heeft betaald en dus een contractuele relatie met het bedrijf heeft.
Deze visie is strijdig met de interpretatie van de huidige Postrichtlijn, zoals uiteengezet in de overwegingen.
De Richtlijn bepaalt uitdrukkelijk dat alle gebruikers van postdiensten het recht hebben om met de klantendienst contact op te nemen met een vraag of klacht. De term 'gebruikers van postdiensten' wordt daarbij gedefinieerd als zowel de afzender als de bestemmeling van een poststuk. De Richtlijn werd geïmplementeerd in de Wet van 26 januari 2018 betreffende de Postdiensten.
De ombudsman erkent dat er contractuele verplichtingen bestaan tussen afzenders en ontvangers (bijvoorbeeld tussen een webshop en een consument, met betrekking tot herroepingsrechten en terugbetalingen of vervangingen bij niet-levering). Naar onze mening dienen deze verplichtingen te worden onderscheiden van het recht van een gebruiker van postdiensten om de klantendienst van het postbedrijf te contacteren voor een inhoudelijk antwoord. Gezien het stijgend aantal verzonden pakketten in het kader van een online-aankoop stellen we bovendien vast dat de consument het resultaat van het onderzoek van een postbedrijf nodig heeft om zijn rechten ten aanzien van zijn verkoper te kunnen afdwingen.
Beleidsadvies
DE OMBUDSMAN BEVEELT AAN DAT DE EUROPESE POSTRICHTLIJN BEPAALT DAT ELK PAKKET EEN IDENTIFICATIENUMMER HEEFT, GEKOPPELD AAN SYSTEMATISCHE SCANNING EN ONLINE TRACKING OP ALLE KRITIEKE SCHAKELS VAN HET VERZENDPROCES.
Het opzet van de aanbeveling is ervoor zorgen dat afzenders én bestemmelingen kunnen rekenen op traceerbare postdiensten. Dit is een duidelijke verwachting van de postgebruiker in een tijdsgeest waar een toenemend deel van de handel online plaatsvindt. Enerzijds omdat tracering een voorwaarde is om een pakket dat afwijkt van de voorziene route te kunnen opsporen en bijsturen. Het unieke referentienummer kan gebruikt worden als basis voor een onderzoek. Anderzijds rekenen consumenten op een compensatie indien ze verlies lijden bij het verdwijnen van hun aankoop. Een traceerbaar label zorgt ervoor dat Europese burgers/consumenten hun rechten effectiever kunnen afdwingen.
Klachten over niet-traceerbare zendingen ontvangen we in grensoverschrijdende e-commerce aankopen, waar doorgaans de afzender de verzendmethode kiest, terwijl de ontvanger degene is die schade lijdt in geval van niet levering. Het bewijs dat online tracking biedt - en het postonderzoek dat op basis daarvan kan worden uitgevoerd - helpt consumenten hun rechten tegenover verkopers op afstand te doen gelden.
Klachten worden ook ingediend door Belgische afzenders die een grensoverschrijdend pakket versturen. Occasionele particuliere afzenders en startende webshops zijn zich er vaak niet van bewust dat er verzendlabels bestaan waar geen vergoeding voorzien is, indien het pakket verdwijnt in het postcircuit.
Dat het gamma van nationale verzendwijzen voor pakketten bij bpost als universele dienstverlener enkel bestaat uit traceerbare zendingen is alvast een goede zaak.
Opvolging aanbevelingen
Beleidsadvies doorzenddienst
De ombudsman adviseert de wetgever te bepalen dat bpost een identiteitsbewijs bewaart van de aanvrager van een doorzending van briefwisseling naar een ander adres, alsook van elke andere persoon van wie de briefwisseling wordt doorgestuurd, met het oog op het voorkomen of onderzoeken van fraude.
In het Jaarrapport van 2024 werd dit beleidsadvies, in overleg met bpost, geformuleerd om de burger te beschermen tegen identiteitsfraude in het kader van de doorzenddienst.
Precontractuele informatie over zendopties: een must
DE OMBUDSMAN BEVEELT DE BEDRIJVEN AAN OM BIJ ELKE AANKOOP VAN EEN ZENDLABEL DE KLANT PROACTIEF TE INFORMEREN OVER DE VERSCHILLENDE VERZENDOPTIES EN AANSPRAKELIJKHEIDSREGELS
Gezien de beperking van aansprakelijkheid is het zeer belangrijk dat de consument een keuze moet kunnen maken op basis van de juiste informatie (compensaties bij verschillende verzendopties, mogelijkheid tot verzekering, tracering, uitreiking tegen handtekening, …). Niet enkel wanneer een klant online een verzendlabel aankoopt, maar zeker ook in de fysieke verkooppunten.
In het kader van de universele dienstverlening benadrukken we dat mensen die occasioneel een pakket verzenden of digitaal minder vaardig zijn, gebruik maken van een postkantoor en daar rekenen op de informatie die ze ontvangen van de loketmedewerker. De ombudsdienst ontvangt regelmatig klachten van burgers die verbaasd zijn over de beperkte toegekende schadevergoeding en aanklagen dat ze hieromtrent niet ingelicht werden bij de aankoop van een verzendlabel in een postkantoor. Ook de brc Onrechtmatige Bedingen heeft in haar advies van 28 mei 2021 over de algemene voorwaarden in de Postsector de nadruk gelegd op precontractuele informatie in deze sector die beperking van haar aansprakelijkheid kent.
De ombudsman blijft de toepassing van precontractuele informatie in de postkantoren opvolgen en bespreken met bpost.
ombudsman poste : organisatie
Onze opdracht
De Ombudsdienst voor de Postsector is een onafhankelijke, federale overheidsdienst, gecreëerd bij de Wet van 21 maart 1991, en sinds februari 2007, bevoegd voor alle bedrijven die actief zijn op de Belgische postmarkt.
Als beroepsinstantie heeft de ombudsdienst de bevoegdheid alle klachten van gebruikers te onderzoeken die verband houden met:
De activiteiten van bpost, met uitzondering van:
- Klachten waarvoor een andere onafhankelijke, sectoriële geschillencommissie of onafhankelijke bemiddelaar bevoegd is;
- Klachten die producten en diensten betreffen die door bpost aangeboden worden in onderaanneming van derden.
De postale activiteiten van de in §1, 2° en 3°, van dit artikel bedoelde ondernemingen.
Iedereen kan een vraag tot bemiddeling richten aan de ombudsdienst: een particulier, een onderneming, een vereniging, een organisatie, …zowel bestemmeling als afzender voor zover het probleem te maken heeft met een bedrijf dat actief is op de Belgische postmarkt en er voorafgaand een klacht werd ingediend bij het betrokken bedrijf volgens hun interne procedure.
De ombudsdienst heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid, maar is administratief aangehecht aan het BIPT, met wie een samenwerkingsovereenkomst afgesloten werd die de goede werking en de onafhankelijkheid van de ombudsdienst garandeert.
De ombudsdienst beschikt over een personeelskader van 17 dossierbeheerders en 2 ombudsmannen.
Financiering, budget en resultaten
De ombudsdienst wordt gefinancierd door de postsector. Dit gebeurt via een in de wet vastgelegde formule waarbij een postbedrijf een bijdrage betaalt, in verhouding met het aantal ontvankelijke beroepsklachten per jaar, aan haar bedrijf gericht. Enkel bedrijven met meer dan 12 ontvankelijke klachten en een jaaromzet van meer dan 500.000 euro zijn bijdrage plichtig.
Met betrekking tot het budget voorziet de Wet van 21 maart 1991, artikel 45ter §8, het volgende: "De ombudsmannen leggen elk jaar het ontwerp van begroting van de Ombudsdienst voor de Postsector ter advies voor aan het raadgevend comité voor de postdiensten. De begroting van de Ombudsdienst voor de Postsector maakt afzonderlijk deel uit van de begroting van het BIPT."
De procedures, verplichtingen en controles die gelden voor de overheidsadministraties zijn integraal van toepassing op de ombudsdienst. Hetzelfde geldt voor de rekeningen.
⚠️ À COMPLÉTER - Données financières en attente
| EVOLUTIE VAN DE BEGROTING | |||
|---|---|---|---|
| Totaal budget | |||
| Personeel | |||
| Werkingskosten | |||
| Investeringen |
| EVOLUTIE VAN DE UITGAVEN | |||
|---|---|---|---|
| Totaal uitgaven | |||
| Personeel | |||
| Werkingskosten | |||
| Investeringen |
Het ombudsnetwerk
Consumentenombudsdienst
Consumenten en ondernemingen die een geschil op een snelle, goedkope en laagdrempelige manier willen oplossen kunnen daarvoor terecht bij 15 gekwalificeerde entiteiten, waaronder 10 ombudsdiensten. Elke dienst treedt op als onafhankelijke en onpartijdige tussenpersoon in zijn sector.
De overgrote meerderheid van de consumenten en ondernemingen vindt zijn weg rechtstreeks naar de bevoegde ombudsdienst. Consumenten en ondernemingen die niet weten waar ze hun geschil aanhangig kunnen maken, kunnen terecht bij de Consumentenombudsdienst, die het sluitstuk vormt van de buitengerechtelijke geschillenregeling in België.
De Consumentenombudsdienst is het contactpunt voor consumenten en ondernemingen voor alle vragen aangaande ADR (Alternative Dispute Resolution of buitengerechtelijke geschillenregeling). Elke aanvraag tot buitengerechtelijke regeling van een consumentengeschil wordt door de COD in ontvangst genomen en na grondige analyse doorgestuurd naar de bevoegde gekwalificeerde entiteit, zoals ook ombudsman poste er een is. Ten slotte behandelt de COD alle consumentengeschillen die hij aan geen andere gekwalificeerde entiteit kan overmaken, het betreft hier de zogenoemde residuaire geschillen.
De Ombudsdienst voor de Postsector is lid van het directiecomité van de Consumentenombudsdienst.
consumentenombudsdienst.be
ombudsman.be
De Ombudsdienst voor de Postsector is lid van het netwerk ombudsman.be, het Belgische netwerk van ombudsdiensten. Dit netwerk verenigt 28 ombudsdiensten van uiteenlopende aard (federale overheid, gewesten, gemeenschappen, federaties, steden en gemeenten, economische sectoren, …). Hun belangrijkste opdracht is burgers op een toegankelijke, billijke en mensgerichte manier te helpen bij problemen in hun contacten met betrokken instellingen en ondernemingen.
Via zijn website begeleidt het netwerk burgers bij het vinden van de juiste ombudsman en helpt het hen zo efficiënt mogelijk door te verwijzen op basis van hun probleem. Een klacht die door het netwerk wordt ontvangen, wordt doorgestuurd naar de bevoegde dienst, met respect voor het principe dat de klacht - en niet de klager - wordt doorgestuurd. Zo wordt vermeden dat de burger zijn klacht opnieuw administratief moet indienen.